Home / Research

Research

For English please scroll down

De Commissie Diversiteit voert vier deelonderzoeken uit:

1. Samenstelling en ervaringen van UvA medewerkers en studenten (kwantitatief)

Het eerste, kwantitatieve, deelonderzoek heeft als centrale onderzoeksvraag: In hoeverre is de samenstelling van medewerkers en studenten divers? En hoe ervaren zij inclusie en exclusie? Hierbij maken de onderzoekers gebruik van beschikbare data, en nemen zij een survey af onder medewerkers en studenten aan de UvA. Gegevens over gender en etnische achtergrond staan centraal, en waar mogelijk is er ook aandacht voor andere kenmerken, zoals klasse, seksualiteit, religie en functiebeperking. Om conclusies te trekken op basis van de geobserveerde samenstelling, worden er vergelijkingen gemaakt, bijvoorbeeld met de demografische compositie van VWO afgestudeerden, vergelijkbare onderwijsinstellingen en de gemeente Amsterdam.

2. Institutionele kaders

Het tweede deelonderzoek richt zich op de institutionele kaders, met als kernvragen: Is diversiteit in Nederland een positieve verplichting? Waarom is in Nederland diversiteit vooral verbonden met seksuele en gender diversiteit en niet met etnische diversiteit? Wat is de invloed van deze kaders op de UvA? Wat zijn internationale ‘good practices’? Dit onderzoek start met een verkenning van de Nederlandse wetgeving met betrekking tot het hoger onderwijs en diversiteit. Deze wordt vergeleken met de wetgeving van andere landen. Vervolgens worden sleutelfiguren (experts) geïnterviewd. Het onderzoek richt zich ook op institutionele kaders op het niveau van de onderwijsinstelling en inventariseert het diversiteitsbeleid op internationale kernuniversiteiten (zoals het Amerikaanse UC-system) om knelpunten en ‘good practices’ te identificeren. Vervolgens wordt onderzocht hoe formele beleidskaders de UvA beïnvloeden.

3. Informele kaders: verborgen veronderstellingen

Welke verhalen en beelden zijn er op de UvA aanwezig die bijdragen tot uitsluiting en ongelijkheid? Het derde deelonderzoek naar informele kaders richt zich op de verhalen en beelden die blijk geven van (vaak) impliciete en onbewuste machtsverschillen. Deze ‘verborgen’ veronderstellingen zijn ten eerste te vinden in de verhalen die studenten en docenten (elkaar) vertellen. Deze worden onderzocht en zichtbaar gemaakt aan de hand van verhalende interviews onder studenten, staf en ondersteunende staf. Daarnaast zijn deze impliciete veronderstellingen ook te vinden in de teksten en de beelden op de website van de UvA en in de curricula van de UvA, die dan ook binnen deze deelstudie – voor een deel in samenspel met het vierde deelonderzoek – geanalyseerd worden. Ook hebben zulke impliciete veronderstellingen hun weerslag op de fysieke kant van de UvA, de gebouwen van de UvA, kleuren, gebruikte materialen en zelfs geuren, die een rol spelen bij gevoelens van herkenbaarheid of vervreemding. Ook deze zijn onderdeel van de studie.

4. Kennis- en onderwijspraktijken

Het laatste deelonderzoek richt zich op de kennispraktijken en onderzoekt in hoeverre kennis- en onderwijspraktijken recht doen aan de diversiteit van de studenten en medewerkers, maar ook aan de diversiteit in denkscholen. Wat wordt er onderwezen en onderzocht? Hoe wordt er onderwezen en hoe wordt kennis geproduceerd? Aan de hand van interviews met betrokkenen, focusgroepen en analyse van (geselecteerde) curricula wordt onderzocht welke vormen van lesgeven diversiteit en inclusie bevorderen dan wel reduceren en worden manieren van lesgeven en onderzoek doen in kaart gebracht.

 

——————————————————————————————————————————

 

The Diversity Commission is conducting four sub-studies:

1. Composition and experiences of UvA staff and students (quantitative)

The main question of the first, quantitative, sub-study is: To what extent is the composition of staff and students at the University of Amsterdam diverse? And how do they experience inclusion and exclusion?  The researchers will use available data and conduct a survey among UvA staff and students. The primary focus will be on gender and ethnicity, but where possible attention will be paid to class, sexuality, religious orientation, and different-abilities. In order to draw conclusions based on the composition, comparisons will be made, for example  with the demographic profile of VWO-graduates, of similar educational institutions, and of the city of Amsterdam.

2. Institutional frameworks

The second sub-study focuses on institutional frameworks. Key questions are: Is diversity in the Netherlands a positive obligation? Why is diversity in the Netherlands primarily focused on sexual and gender diversity and not on ethnic diversity? How do these arrangements affect UvA? What are ‘good practices’? This study starts with a mapping of the Dutch legislation on higher education and diversity, which will be compared to the legislation in other countries. The key questions will be discussed with key players (experts). The study furthermore focuses on the institutional framework on the educational institution level and explores the diversity policy at international universities (such as the American UC system) to identify problems and good practices elsewhere. Lastly this sub-study will examine how these formal policy frameworks affect the UvA.

3. Informal frameworks: hidden messages

The third sub-study is about informal frameworks and focuses on stories and images that reflect (often) implicit and unconscious power differences. These hidden assumptions can be found in the stories that students and teachers tell (each other). These stories will be examined and made visible through narrative interviews with students, faculty, and support staff. In addition, these implicit assumptions can be found in texts and images on the UvA website, and in the curricula of the UvA, which will also be analyzed in this sub-study – partly in conjunction with the fourth sub-study.  Such implicit assumptions also impact the physical aspects of the UvA, the UvA buildings, colors, materials and even scents that influence feelings of familiarity and alienation. These are also a part of the study.

4. Knowledge and teaching practices

The last part of the research focuses on knowledge practices and examines to which extent knowledge and teaching practices do justice to the diversity of students and staff, but also to the diversity of different schools of thought. What is taught and researched? What are the various teaching methods and how is knowledge produced? Through interviews with stakeholders, focus groups and analysis of (selected) curricula this sub-study will examine which forms of teaching reduce or enhance diversity and inclusion. The various ways of teaching and doing research will also be mapped.

Top